Visie

We leven in een tijd van grote veranderingen. Door technologische ontwikkelingen, migratie en de samensmelting van markten is de wereld volop in beweging. Die beweging heeft een opwindende en een zorgelijke kant. Stadsnomaden03Opwindend is dat we elk moment van de dag contact kunnen hebben met iemand aan de andere kant van de wereld. Zorgelijk is dat we onze buren niet kennen. Opwindend het feit dat we dag en nacht op internet een apparaat kunnen kopen, zorgelijk het moment als het apparaat niet blijkt te werken en niemand thuis geeft. Museum Perron Oost is een kunstzinnig commentaar op een aantal effecten van die mondiale beweging, zowel positieve als  negatieve. Het is een commentaar op de schaalvergroting en op organisaties waarvoor een mens enkel nog een klantnummer is. Het is ook een commentaar op de anonimiteit en afzondering die voortkomen uit migratie en individualisering. Tegenover de schaalvergroting van organisaties zet Museum Perron Oost de schaalverkleining en nabijheid van de buurt. Tegenover anonimiteit plaatst het museum vriendschap.

Museum Perron Oost staat in Oostelijk Havengebied van Amsterdam, een gebied bijna 150 jaar oud. Aanvankelijk is het het speelterrein van handelaren in vee en producten uit ‘de Oost’ én van rederijen die lijndiensten onderhielden op onder meer  Indonesië, Suriname en de Verenigde Staten. Later is het aankomst- en vertrekpunt van Joodse vluchtelingen, jonge delinquenten, krakers en stadsnomaden die er allemaal hun verhalen achterlieten. Pas sinds twintig jaar is gebied woonplek voor ongeveer 20.000 mensen.

Het monument van Van Lieshout is een prachtige metafoor voor het gebied. Het perron als plek van aankomen, onderweg zijn en vertrekken. Van Lieshout noemde zijn kunstwerk ‘een open monument’, een plek met een verleden die open staat voor een toekomst. Een typische Van Lieshout-constructie, in wiens werk altijd elementen van beeldende en toegepaste kunst samenkomen. Door op het perron, ìn het opzichtershuisje een museum te starten, is er naast al die beweging nu ook kans op ontmoeting. Een plek met een kop koffie en een gesprek. Een plek waar mensen elkaar ontmoeten door het vertellen en luisteren naar verhalen.

Museum Perron Oost staat in een uithoek van de wijk. De Cruquiusbuurt is een plek waar mensen uit alle windhoeken van de wereld zijn neergestreken. Mensen met een eigen geschiedenis, maar zonder gedeelde geschiedenis. Inmiddels kent de buurt zijn moderne grootstedelijke problemen, kleine criminaliteit, overlast en vereenzaming en de vraag wie daar wat aan kan doen. Ook dat is een modern vraagstuk. Want van wie is die buurt eigenlijk? Van de verre instanties of van de mensen die er wonen. De buurt is natuurlijk van allebei. Maar waar we overal in de wereld dynamiek waarnemen, is er op het niveau van de buurt helaas stilstand. Bewoners kijken naar instanties die naar bewoners kijken. Kunst is naar onze mening dé manier om de boel er weer op gang te brengen. Kunst is die andere blik die mensen kan inspireren. Kunst is een idee dat een beweging op gang kan brengen. Tegelijkertijd is kunst een fantastisch middel om ontmoeting te bewerkstelligen en mensen – bewoners, ondernemers en kunstenaars – met elkaar te verbinden.

 

In het project Museum Perron Oost gebeurt dat op prachtige wijze, zoals het een perron beaamt via twee sporen, het spoor van de buurt en een internationaal spoor. Het spoor van de buurt via verhalen van bewoners en ondernemers uit de buurt, vertaald door kunstenaars uit die buurt of uit de nabije omgeving. Het spoor van de wereld komt binnen via fascinerende technologie die het mogelijk maakt om op afstand nabij te kunnen zijn. Vanaf Bandung kun je kunst bekijken in het kleinste museum van de wereld, vanaf New York kun je als maker je kunstwerk op Perron Oost laten zien.

 

Museum Perron Oost verbindt niet alleen bewoners met elkaar, het verbindt ook de buurt met de wereld en doet daarmee tegelijkertijd recht aan de geschiedenis van het gebied. Er is geen leven zonder beweging. Maar een leven zonder vriendschap, is geen leven.

 

Wonderland

Het Oostelijk Havengebied en zijn schiereilanden bestaan bijna anderhalve eeuw. Het gebied wordt tussen 1874 en 1927 aangelegd. Al gauw is het het terrein voor rederijen die lijndiensten onderhouden op onder meer Indonesië, Suriname en de Verenigde Staten. Ook is het er een komen en gaan van schepen met vracht uit de kolonies waarvoor talrijke pakhuizen worden opgetrokken. Een andere ontwikkeling is de komst in 1867 van de veemarkt en het slachthuis naar het gebied. Om het veemarktterrein komen permanente stallen voor koeien en kalveren, paarden, schapen en varkens die ook per spoor worden aangevoerd.

Het gebied kent tussen de twee wereldoorlogen een economische bloei, maar na de Tweede Wereldoorlog tekent het verval zich af. Door de dekolonisatie van Indonesië valt de handel met het oosten vrijwel stil. Ook de rederijen komen in zwaar weer door de concurrentie van de snellere luchtvaart. Niet veel later maakt het stukgoederentransport plaats voor container- en bulktransport waarvoor aan de westkant van Amsterdam een havengebied wordt ingericht. In 1974 verdwijnt de veemarkt, tien jaar later verhuist het abattoir.

Halverwege de jaren 1970 breekt een periode van transitie aan. Krakers, kunstenaars en stadsnomaden nemen bezit van het havengebied. Ze vestigen zich als avonturiers in oude pakhuizen en vooraanstaande gebouwen en voorkomen dat de stad ongeremd gaat slopen om er een stadswijk als Osdorp neer te zetten. Mede daardoor kan het Oostelijk Havengebied zich in het laatste decennium van de 20e eeuw ontwikkelen tot een moderne woongebied met een mix van renovatie en eigentijdse architectuur.

Geert Mak concludeerde hierover: “Het wonderland, jongensland, het is inderdaad een nieuwe stad geworden, een goede stad, passend als een oude jas.”